Nee.

Wanneer we dwalen dolen, dagen is er enkel nog het woord


Afstand kan fijn zijn, zeg je


Ondertussen drukt de man uit de kelder weerbarstig z'n tong in m'n mond en vraag ik hem of we het plafond al bereikt hebben

het antwoord blijft me weer bespaard


Zonen lijken niet op dochters vrouwen niet op mij zeg ik, zeg jij sterven heeft wel iets van leven weg al voelt het minder vrij


De aarde is zorgzaam vlei hem daar vandaag


En als ik vraag of de wederhelft weet heeft ligt een woord niet in 't verschiet dus bijt ik en al kan dat soms erotisch voelen zo bedoelde ik dat niet


En terwijl hij onhutst de nacht in fietst denk ik aan jou, aan hoe we allemaal zo lijken op elkaar, aan de wijn, aan dood zijn; feitelijk aan niets