Alleenrecht.

Hier in de diepte van mijn onschuld poog ik me te bewijzen terwijl alle vingers wijzen naar een ander naar elkaar en bovenal naar mij


Hier in het hemelse berust de duivel waar ledigheid mij vreemd is maar verleidingen lonken in vuur en vlam en vonken het stopt me niet


Maar slapen is van mij zoals doodgaan een alleenrecht is en seksualiteit gemeenschapsgoed zo is slapen reeds van mij


De demonen van verandering spreken me weer eens zachtjes toe maar ik kan toch niet dutten in de fluisters ik ben te godvergeten moe