de muur.

Ik voel je niet, zei ik en dat was waar, al was dat enkel totdat zijn hand mijn rug bereikte en daar even dingen liefhad op zijn eigen, nogal angstaanjagende manier


en het voelde als kastijding


Berlijn bleek belangrijk ik poogde niet eens uit te leggen waarom reizen zo onmogelijk is tenzij naar de Zeegser duinen


En terwijl zijn stemmen veranderen wat mijns inziens ook maar maskers zijn zet ik de filters voor mijn eigen ogen en trek m'n mouwen naar beneden wellicht was het al te laat


Ik kan niet door hem heenkijken de deuren zijn dicht de ruiten zijn mat maar is dit mijn fort of het zijne?


Ik weet 't antwoord wel al roept dat duizend vragen op


Laat me lopen - in alle dubbelzinnigheid - het is niet ver en ik neem een volle rugzak mee zodat we niet hoeven te sterven van de dorst ga je mee? lijkt dat je fijn?


Laat me lopen tot ik verzand in steden die ik nooit zal kennen en ik vastloop tegen veel te hoge muren in mijn brein


Mijn gehavende lichaam En mijn ijzeren gordijn