Herman.

De hond voelt en klinkt als zijde en ik drink thee alsof mijn leven ervan afhangt


De toetsten, zwart en wit, worden beroerd door de mannen waarvan de een me constant knuffelt en m'n buik aanraakt (niet doen!) terwijl de ander me steeds fragiele en imaginaire kusjes geeft


De opmerkingen negeer ik vakkundig zo ben ik niet dat ben ik niet


Schaamte liet zich temperen ik moest en ik zal dus ik deed en zij week: opzij opzij opzij en de band verstomd en breekt zoals een spiegel barsten kan maar we gaan vrolijk door


Wat een zaterdag al niet kan zijn een dag waarin het leven uitmondt zoals een rivier zich steeds vertakt zo bouwen wij, hier, nu, vanavond een stamboom van zelfgekozen bloedlijnen en een muzikale groet


De hond is zijde en dit doet me goed