Titelloos.

Ik plak de spiegels af want herkenning is al weken zoekgeraakt ze staart me aan vanuit de schimmen vanaf het landgoed waar ik ooit de vrouw des huizes was


Ik lijm de naden aan elkaar breuklijnen in hoofd of huid en ik krijs naar haar dat ze vluchten moet Nu! en geen seconde later


En vanuit mijn eigen schimmigheid voel ik haar nog, schreeuwen, huilen, beven tot ze zachtjes weer verdwijnt en ik naar mijn eigen lege handen staar mijn hoopvol hart, mijn dorre buik; meiske, waar ben je nou gebleven?