Vatten.

Wanneer de koeien hun hoorns slijpen zeg jij dat rozen soms stekels hebben


Ik grijp het alles aan met blote handen


Jij speelt in blauw terwijl mijn vingers kouder worden en de stad oranje kleurt


Vijfenzeventig procent is veel


Het doet zeer, die doornspraak maar het is pijn die heelt en sust bloeden dat het leven als een kussen zachter schudt


Kom je even naast me liggen? tot het beven stopt tot mijn denken kalmer wordt en alles wegebt in je armen terwijl ik het bekende stut


balkjes van hoop en toekomstperspectief ja, ik kan dit en ja, ik heb je lief