Zomerzeer.

voor Lucas en Bart


De dagen zijn van hout en ze splinteren zo snel en daadkrachtig in zulke kleine stukjes


Ik wacht op de winter wanneer sneeuw en ijs verdooft wat er op het oppervlak ligt rustend bij dat kacheltje in die theatertuin terwijl ik luister naar gitaargeluid of zelf sta te zingen


Nu sein ik mensen in de jongen die een man werd en de grote-mensen-baas en denk ondertussen aan de bluesman die al eerder voer een week of 2 geleden naar onbekende maar toch hopelijk ook betere oorden


Ik dicht de gaten die ze achterlaten met woorden