top of page

Geroutineerd.

Er zijn veel dingen die je geroutineerd kunt doen: tanden poetsen, de liefde bedrijven, je haren wassen, mensen missen, vallen voor de verkeerde mannen.

Afgelopen zaterdag, een van de spannendste dagen in mijn leven, had ik voor dat we het podium zouden bestijgen, een gesprekje met mijn violist; over het naar huis fietsen (over geroutineerd gesproken - dat kan menigeen nog wanneer hij dronken is) in de nachtelijke uren, over het kerkhofje langs mijn route naar huis en mijn angst voor dat wat zich in die donkerte van die bosjes en van mijn hoofd afspeelt.

De violist glimlachte aanvankelijk dat hij nooit zo bang was in het donker. Toen ik hem vertelde dat er dan ook significant meer mensen zijn die mij zouden kunnen overmeesteren dan hem, puur alleen door onze fysieke staat van zijn, veranderde die glimlach in een bedenkelijke frons. "Ja, dat klopt wel, denk ik", zei hij. Tot zover ging het over het duister, daarna werd er weer gefocust op de muziek

Routineklussen: dit was er zeker geen. De CD presentatie van mijn debuutalbum WAANZINNEN. De spanning die ik ervoer voordat ik vanuit de coulissen het podium ophupste, was er een die me terugbracht naar mijn puberjaren, waar ik voor het eerst, op de middelbare school, een optreden gaf achter de piano. Een liedje van Tori Amos. Winter. Gespannen, vol van focus, en enigszins bang voor alles wat er mis kan gaan. In de jaren die volgden heb ik geleerd die angst voor het "wat als" los te laten. Gewoon spelen, en vooral: genieten! Geen gedachten hebben als: wat als ik vals zing? Wat als ik val? Wat als mijn gitaargeluid ineens niet meer te horen is? Wat als...? Laat het gaan. Je kan er op dat moment toch weinig aan doen, en de wet van aantrekking heeft mij geleerd dat je maar beter kunt denken aan het goede. Loslaten; als een ballon die naar de hemel zwalkt. Vertrouwen op de wind. En op mijn eigen kunnen. Op het podium ben ik dat inmiddels vrij goed meester. In het niet-muzikale leven daarentegen faal ik hierin dagelijks.

Ik lees momenteel "De meeste mensen deugen" van Rutger Bregman. Een cadeautje van mijn lieve vriendinnetje. Een boek wat mijn mensbeeld zou kunnen veranderen, ware het niet dat mijn geloof in de verdorvenheid van de mens wellicht te diep geworteld zit. Fijn is het wel te lezen dat ik er volgens deze man goed aan heb gedaan mijn televisie en het lezen van de krant heb afgeschaft. Een vrolijk boek is het, en herkenbaar op, tot zover, 1 belangrijk punt:

In tijden van crisis gaan de meeste mensen door met het leven alsof er niets aan de hand is. Geroutineerd gaan ze, wanneer de pleuris uitbreekt, door met het zetten van thee en het doen van de was.

In mijn eigen leven merk ik dat ik, wanneer ik in - grote of kleine - crisis verkeer, ook terugval in routine. Ik doe de afwas, ik stofzuig mijn woning, ik ga in de ochtenduren onder de douche. Natuurlijk zijn er die andere, minder "normale" routineklussen wanneer het slecht gaat: medicijnen slikken, huilen tot ik niet meer zien kan, mezelf snijden. Maar alles wat ik op deze momenten doe, is doordrenkt met een vorm van ultieme rust. Zoals Bregman constateert, zij het in andere bewoordingen; waarom panieken als het toch geen zin heeft? Waarom zou je rennen en gillen als de dood je op de hielen zit?

Nee, het is niet in de extreme momenten, dat ik faal in het bewaren van de kalmte. Het is in de momenten van het alledaagse. In het normale en vanzelfsprekende. Niets verontrust me zo als het omvallen van de vaas bloemen vanochtend, waardoor mijn tapijt doordrenkt in met het rozenwater. Niet ergert mij zo mateloos, op het panische af, als het niet kunnen slapen door de luidruchtige meeuwen bij de vijver voor mijn huis.

Maar wanneer er oorlog komt, in het land of in mijn hoofd, vind ik mijn rust. De chaos wikkelt me in de warme deken van kalmte. Ik weet wat ik moet doen, namelijk; niets anders dan ik elke dag al doe. Lezen, wandelen en adem halen.

Zij het misschien iets geroutineerder.

bottom of page