De gewortelde.

Vrienden komen en gaan. Meestal komen ze in je leven via een toevalligheid: een ontmoeting die vervolgens te fijn en te vertrouwd voelt om eenmalig te laten zijn. En dan kom je er 10 jaar later achter dat ze al een decennium met je meewandelen op je levenspad, en vise versa. Een mooi gegeven.


Meestal gaan ze door een misverstand, want vergissen is menselijk. En soms, is er de situatie dat de omgeving andere dingen van jou of de vriendschap eist. Dat je moet verhuizen van Tilburg naar Assen, of van Groningen naar Tel Aviv.


Een goede vriendin vertrekt deze week naar het buitenland. In de eerste instantie voor een half jaar, maar terugkomen naar onze geliefde stad zal ze niet, zegt ze. Ze belde me 2 weken geleden met het nieuws, en nu al help ik haar met wat regeldingetjes, het inpakken en beloof ik haar plechtig goed voor de plantjes te zorgen die nu mijn vensterbanken sieren.


Toen ik gisteren een gezamenlijke vriend van ons te eten had, zei hij: "we kunnen samen wel een keer bij haar op bezoek". Leuk idee hoor, maar ik raak al in paniek als ik in de trein naar Zwolle zit en station Assen passeer, en mij zodoende op onbekender terrein begeef. Ik stel het bezoek aan vriend R. al weer maanden uit, want in m'n eentje in de trein naar Deventer is eng en moeilijk. Dus laat staan dat ik, met of zonder gezelschap, in een vliegtuig stap naar Israël. "Nee, ik wacht wel tot ze terug komt", zei ik.


Het mens is 5 jaar jonger dan ik ben. En ze gaat dus, voor de tweede keer in haar leven, emigreren. Ik verbaas me er wederom over hoe verschillend levens en ambities kunnen zijn. Persoonlijkheden. Durf en angst. Hoe een vrouw van net wel/net niet 30 het waagt om Nederland te verlaten. Al wat ik kan zeggen, getemperd verwoord door m'n eigen angsten is: "die durft".


Ik had weleens van die fantasieën hoor. Met name met ex-vriendlief L. die Brits is, en een zoon heeft in Engeland. Och, wat heb ik vaak gedacht dat ik die kant op wilde. Verhuizen, alles achterlaten. Zoals zij: m'n huis opzeggen, alle spullen die niet in 2 koffers passen verkopen. Wat lijkt me dat stoer. Maar het blijven enkel en altijd fantasieën. Ik ben te diep geworteld. En vooral; ik ben te bang.


Is dat het probleem met wortels? Dat je zo verankerd bent in de aarde waarin je opgroeit, dat de angst je ervan los te scheuren en een stukkie verderop te gaan staan, onoverkomelijk lijkt? En zijn de mensen die daar dan niet bang voor zijn minder diep, minder fundamenteel, vergroeid met de klei waarin zij wortelen?


Haar verhuizing raakt er aan. Aan mijn wortels. Want niet alleen is het voor mij moeilijk om uit die vertrouwde omgeving te stappen, ook is het zo dat ik die omgeving steeds koste wat kost hetzelfde wil houden. De openingszin van dit stuk is dan ook een van de naarste dingen aan het leven, want het liefste houd ik alles en iedereen dat ik ken en liefheb, om me heen. Vooral de mensen. Het lijkt op een onuitgeoefende verlatingsangst. Want daar ik me niet heel erg krampachtig vasthoud aan de mensen om me heen, is het wel zo dat ik, wanneer ik van ze houd, ze voor altijd bij me wil houden. Dat het, althans, dat hoop ik, niet ontaard in ongezonde vastklamp-mechanismen heb ik enkel te danken aan de levenslessen. Vrienden komen en gaan, zo leerde ik van leven.


Zij scheurt zich los, en ik denk jaloers te zijn. Maar ben ik dat werkelijk? Zou ik het écht willen? Losgeraken van alles? Opnieuw beginnen? Kan dat überhaupt wel? Ook zij neemt zichzelf mee, waar ze ook gaat. Loszijn zal ze nooit. En die gedachte sust me, want het betekent dat ze ook mij meeneemt. En ongeacht of we elkaar in de toekomst weer zo veel zullen zien als nu, over maanden of jaren, feitelijk maakt het niet uit. Want ik ben deel geweest van haar leven, zij van het mijne, en dat deel is een deel van haar en mijn geschiedenis. We denken terug aan die vreemde corona-tijd in die hoofdstad van Noord Nederland, waarin we dichter naar elkaar groeiden. Waarin we deelden, samen wortelden. En afscheid namen.


We zijn ook zo verschillend. In heel veel dingen. Maar het werkt. Ik ga d'r missen.


Ik ben de boom. Zo'n grote oude eik die je, al zou je 'm kappen, altijd zal blijven teisteren met de wortels die zó diep de bodem van je achtertuin in gaan dat je er toch steeds over struikelt. De restanten van daar waar ik geworteld ben zullen altijd blijven. Jaren. Eeuwen. Hier was ik.


Ik ben die boom, en zij is een blad. Ze waait mee met de wind. En wellicht maakt 't niet eens uit waar die wind heen waait, als ze maar beweegt. En misschien, heel misschien, zal ze ooit, ergens neerstrijken en blijven. Zich zachtjes op de aarde vleien en daar, op die zelf gekozen plek, langzaam maar gestaag, uitgroeien tot gewortelde.


Het ga je goed, vrouw!