Glazen dagen.

De dagen zijn van glas. Breekbaar en doorzichtig. Ikzelf ben gemaakt van hout. Een stevig, maar dun latje. Ik ben het balkje op mijn makkelijk openslaande klapraampje in de slaapkamer aan de straatkant, dat de "gelegenheidsinbrekers" moet ontmoedigen. Ik heb een functie. Maar ik ben enkel functioneel als we het hebben over de dronken en recalcitrante passanten die denken "hey, een open raam, zou daar nog iets te halen vallen?". En dat zij dan het balkje zien, stevig opgeschroefd door mijn vader, en dan denken "oh, laat maar, d'r zit een balkje voor". Maar wanneer we het hebben over hen die hoe dan ook binnen willen komen, zal ik geen verschil maken. Ik ben het balkje wat zich makkelijk laat verwijderen met breekijzer of misschien zelfs met een vastberaden ruk aan het houten schijnveiligheidssysteem. Ik ben er, maar ik ben verwijderbaar. Ik heb nut, maar niet heel veel als 't erop aankomt.


Ik weet niet goed of ik het erg vind. Om dat balkje te zijn. Weinig functioneel is beter dan helemaal niet functioneel. Het buiten houden van enkele ongewenste gasten is beter dan iedereen binnen laten walsen.


De dagen zijn van glas. Van die glazen die ze in de kliniek hebben; gooi het op de grond, en het versplintert in honderdduizend minuscule stukjes, niet hanteerbaar. Je kan jezelf er niet mee verwonden, niet met de grootst mogelijke moeite. Heel misschien door op blote voeten over de splintertjes te lopen, wellicht doet dat een beetje pijn. Je polsen ermee doorsnijden is uitgesloten. Goeie glazen voor een kliniek dus, als je 't zo bekijkt.


Het zijn deze dagen, deze glazen dagen, die me onrustig maken. Hoewel ik door ze heen kan kijken - ze zijn niet mat of afgeschermd met gordijn of raamfolie - boezemen ze me een doodsangst in. Misschien is het noodlot wel enger, nog noodlottiger, als je haar aan ziet komen. Ik zie het allemaal. Ik zie wat er op me afkomt, wat er op me afstevent met een sneltreinvaart, als door een glazen pui. Het doet me denken aan van die filmpjes op Youtube, waarbij mensen met volle overtuiging tegen een glazen deur aanlopen, in de veronderstelling dat hij open staat. Sommige mensen grinniken bij het zien van dat soort filmpjes, anderen nemen zich voor, na het zien van deze fragmenten, om de ramen niet meer te lappen. Vooral hen met kleine kinderen en nog enkel glas in hun oude woning. Ze plakken raamstickers op de ruiten, samen met de kinderen. Veiligheid boven alles.


In mijn ouderlijk huis hebben we een uitbouw. De keukentafel staat tussen twee grote ramen die een doorkijk geven van voor- naar achtertuin. Het aantal vogels dat zichzelf daarop te pletter vliegt is niet gering, dus knipte mijn vader uit papier grote vogelfiguren en plakte die met plakband op de ruiten. Dat hielp.


Soms ben ik zo'n vogel. Ik zie een weg, een vlucht, een reis, een mogelijkheid om vrij baan te hebben. Ik vlieg, met een vastberadenheid die aan obsessie grenst, richting het einddoel. Dat doel kan ver zijn, of dichtbij, maar ik zie het. Ik moet daarheen. Ik wil daarheen. Ik heb het in het vizier. Ik vlieg. En dan:


BAM! Glas.....


Mijn vlucht komt ten einde tegen het raam. De afdruk van mijn lichaam is duidelijk zichtbaar op de ruit. terwijl ik spartelend onder het raam lig, mezelf afvragend wat er in hemelsnaam gebeurd is.


Mijn vader stopt het lijfje, behoorlijk door elkaar geschud, voorzichtig in een kartonnen doos met doeken. Gewoon met rust laten, zegt ie, misschien redt ze 't. Mijn moeder kijkt naar de vlek op het raam en is weer eens bij dat ze een schoonmaakster heeft. Ramen zemen vind ze het stomste klusje in het huishouden. Ik lijk daarin op haar. Streeploos zemen is een kunst die ik niet beheers.


Zowel glas als hout kan splinteren. Ik moet zeggen dat ik beter slaap met dat balkje. Maar het ding stelt me vooral gerust als ik 's nachts of 's avonds weg ben, en ik weet dat de kans dat ik thuiskom in een leeggeroofd huis kleiner is.


Wellicht is dat waar ik voor dien, dus. Geruststelling. Niet alles hoeft functioneel te zijn om een goed gevoel te geven. Het leven is meer dan functioneren, het leven is ook vooral voelen. Het leven is voelen dat je veilig bent, dat je geliefd bent, dat je zinvol bent. Het zijn dingen die ik ken, gevoelens die ik meester ben, maar die soms wijken voor angst en verwarring.


Gelukkig dus, dat de dagen van glas zijn. Ik kan me omdraaien, in de tijd, en terugkijken door de glazen dagen. Terugkijken naar een dag, een week, een maand, een jaar geleden, en zien dat ik me zo gevoeld heb. Ik kan het zien, en dat is nieuw. Meestal waren de dagen die achter me liggen, op dit soort momenten, dichtgespijkerd met planken en platen. Je kon er niet doorheen kijken. Slechts met breekijzer of zaag was het mogelijk om te zien wat er zich in het vroeger bevond.


Deze dag, deze glazen dag, is zwaar. Maar ik kijk door haar heen. Zowel voor- als achteruit, en ik weet dat het anders wordt. Zoals dingen altijd anders worden, ten goede en ten slechte. Zoals bij ieder mens.


Het glas hoeft niet gebroken, of dichtgetimmerd. Ik zet het raampje op een kier. En schroef er een balkje op. Niet functioneel voor het buiten houden van de echte ellende, maar genoeg om me veiliger te voelen.


Genoeg om hoop te geven.