Nevermind
- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Gisterenochtend ontving ik via LinkedIn een bericht van een vrouw uit mijn geboorteplaats. Ze schreef me dat ze zich weer eens had afgevraagd hoe het met me ging. Ik had geen flauw idee wie ze was.
Ik googlede haar, scrolde door haar foto's op facebook. Ze had ongeveer dezelfde leeftijd als ik, en ze woonde, inderdaad, nog in Noord-Brabant. Verder bleef elke vorm van herkenning uit. 's Middags had ik het erover met een vriendin, en besloot ik haar terug te schrijven. Ik zei dat het goed met me ging, maar dat ik moest bekennen dat ik niet wist wie ze was. Enkele uren later kreeg ik een reactie waarin ze me prees om mijn eerlijkheid. Ze vertelde dat wij in het eerste jaar van de middelbare school vriendinnen waren geweest, dat ze enkele malen bij ons thuis was geweest om Rollit te spelen - een spel wat zij daarvoor en sindsdien nooit meer had gezien - en dat ze nog wekelijks langs onze oude woning aan de Ringbaan West reed.
Enkele berichten over en weer volgden. Ik schreef haar dat ik nog maar 1 herinnering had aan dat eerste jaar op de HAVO, voordat wij naar de andere kant van het land verhuisden, en dat was de herinnering aan een jongen die volgens mij de naam Sander droeg, en twee verschillende kleuren ogen had. Ik werd er droevig van. Waarom herinner ik me een bruin en een groen oog van een onbeduidend Sander-achtig wezen, en niet deze vrouw, met wie ik destijds een vriendschap had opgebouwd?
Vanochtend werd ik te vroeg wakker, dronk koffie met mijn lief die door zijn werkhoofd ook optijd was opgestaan, en denk ik aan Kurt Cobain. Ik heb een hekel aan Nirvana, maar de zin "It's better to burn out, than to fade away" wentelt zich om en om in mijn hersenpan. Ik denk dat hij gelijk had, al zijn beide opties niet erg aangenaam. Het hele burn out-en heb ik wel gehad, denk ik, toen ik, jaren geleden met een pittige psychose uit de gewone wereld klapte. Het fade away-en lijkt de laatste tijd meer aan de orde, en het beangstigt me ten zeerste.
Ik schreef ooit een brief aan een professor, die gespecialiseerd is in geheugen. De strekking van die brief was ongeveer dat ik het idee heb dat mijn brein niet goed herinneringen maakt, dat er iets misgaat in de overdracht van korte- naar langetermijngeheugen. Voor zover het in woorden te vatten is wat ik ervaar, had ik het redelijk verwoord. Ik kreeg nooit reactie op die brief.
Wat is een mens meer dan zijn of haar herinneringen? Een vraag die ik me de laatste tijd vaak stel. Is ons hele leven niet een aaneenschakeling van momenten, van ontwikkelingen, van gebeurtenissen, die ons vormen en definiëren? Is de basis van een karakter of een leven niet hetgeen wat achter ons ligt? Vormt je persoonlijkheid zich niet door de dingen die je meemaakt, opslaat, en er later weemoedig aan terugdenkt? Wat, of beter wie, is een mens zonder herinneringen?
Soms denk ik dat ik vroegtijdig dement word. Soms ben ik bang dat er zich iets in mijn hoofd bevindt wat er niet hoort. Mijn oren doen raar. Ik heb een constante druk in mijn hoofd. Ik voel me duizelig. Ik heb om 8:40 een afspraak bij de huisarts.
Ik ben bang. Ik ben bang dat ik richting een psychose ga. Niet omdat ik me werkelijk psychotisch voel, maar omdat ik geleerd heb aan mijn eigen brein en lijf te twijfelen. Ik voel me niet 'hier', ik voel me onwerkelijk, ik voel me langzaam maar zeker verdwijnen. Ik ben in mijn leven zoveel vergeten, er zijn zoveel herinneringen de afvoerput in gespoeld, en nu lijkt het, eindelijk, mijn beurt. Samen met alles wat ik ooit meemaakte spoel ik weg. Langzaam word ik meegevoerd in ondergrondse systemen waar niemand werkelijk aan denkt. Rioolwater. Ik ben rioolwater geworden.
Ik denk aan de baby op de hoes van Nevermind, en dat ik las dat hij jaren later een rechtszaak aanspande voor het gebruiken van die foto. Ik denk aan Sander en Margot uit Tilburg, zonder te weten aan wie of wat ik terugdenk. Ik denk aan verschillende kleuren ogen. Ik denk aan Douwe Draaisma die mijn brief niet de moeite waard vond om te reageren. Of misschien wist hij het ook niet. Misschien wist zelfs hij niet waarom een hoofd kan werken zoals een hoofd kan werken.
