Standaardafwijking.

Ik las laatst ergens dat normaal ook maar het gemiddelde is van alle afwijkingen. Zit wat in, want wie - ik in ieder geval niet - is er al eens in geslaagd om het werkelijke normaal te definiëren? Ik bemerkte vroeger dat ik normaal verwarde met goed functionerend. Tot ik mijn vriendinnetje A. eens goed onder de loep nam; ze werkt 40 u per week (nu thuis), en gaat in het weekend en de avonden leuke dingen doen, ze spreekt af met verschillende mensen, veelal tinder-mannen, en doet zo nu en dan een pilletje op een feestje, om vervolgens op de maandagochtend, na een hardloopsessie, weer vol frisse moed aan de arbeid te gaan. Kortom; ze is wat ik zou omschrijven als goed functionerend. Op sociaal, werktechnisch en emotioneel vlak functioneert ze goed tot uitmuntend. Maar normaal is ze niet. Knettergek is een betere omschrijving, wat in haar geval een groot compliment is.

Ik keek gisteren met mijn broertje de film The Joker, uit de Batman serie. Ik had al van verschillende mensen gehoord dat het een goede film was, maar ik weet helemaal niets van Batman, en vind ook niet zoveel aan dat superheldengedoe, maar mijn broertje overtuigde mij ervan dat deze film niet zoveel met de superheld te maken had; dat het een opzichzelfstaande film is, en de moeite van het kijken waard.


Normaal is ook maar het gemiddelde van alle afwijkingen. De afwijking om anderen iets aan te willen doen omdat je jezelf als niet normaal beschouwt, of enkel zo gezien wordt door de maatschappij, lijkt me niet heel dicht bij het gemiddelde liggen. Een mens kan een ander iets aandoen, (on)omkeerbaar of niet, maar vloeit dat voort uit een diepgewortelde haat, of intense verwarring? Een gevaar voor je omgeving zijn, of voor jezelf; ook daarin moet onderscheid gemaakt worden, denk ik.


Ik had gisteren een gesprek met een mevrouw. Die mevrouw is betrokken bij de bouw van de nieuwe High Intensive Care unit op het GGZ terrein in Assen. Het plan werd mij gepresenteerd, en ik moest maar eens schieten op de goede en de slechte punten, op de veilige en gevaarlijke aspecten.

In het plan was een gigantische binnentuin opgenomen. Een plek waar je omringt wordt door muur of gebouw, en er zodoende met geen mogelijkheid uit komt. In die binnenplaats moesten “doe-tuinen” en “zijn-tuinen” komen. De termen alleen al zeggen genoeg. Een van de vragen aan mij was, gezien de grote omvang van de tuin, of het niet gevaarlijk was als iemand genoeg had van z’n opname en zich in die tuin zou verstoppen. Mijn antwoord was dat wanneer iemand een paar dagen in die tuin zou zitten, hij of zij waarschijnlijk op termijn wel terug zou komen. De tuin is immers afgesloten, dus eruit ontsnappen lukt niet. Als iemand met -10 op blote voeten de tuin in vertrekt, is het misschien handig dat het verplegend personeel eerst vraagt of dat wel zo’n goed idee is, maar als iemand zich in de vrieskou in de tuin wil verstoppen, lijkt mij dat in principe prima. Vrije wil is ook een ding.


Het is iets waar ik tijdens mijn opnames altijd heel slecht tegen kon. Die vrijheidsberoving, en vooral; de keuzes die je niet meer maken mag. Om half 8 aangekleed aan het ontbijt. Om 10 uur arbeidstherapie. Structuur is namelijk goed voor je. Ook dit plan had daar wat van weg; in de “doe-tuin” doe je dingen, maar misschien wil ik wel slapen in het lentezonnetje in de “doe-tuin”, en niet in de “zijn-tuin” (is er ook een “slaap-tuin”?)


Ik denk dat het het grootste probleem van de psychiatrie omschrijft.Het niet zelf kunnen kiezen, of je nou zelf in staat bent om te kiezen of niet meer, er wordt vaak voor je gekozen. De “eigen regie” waar zoveel over gepraat wordt, lijkt soms niets anders dan een loos begrip.

Ik ervaar het nog steeds. Daar waar ik nu 3 jaar in de woonvorm woon, en ik, juist daardoor, zover hersteld ben dat ik maar weer eens moet verhuizen. Te goed voor beschermd wonen geworden, te goede levensverwachting voor de aanvraag van een WLZ. Dat ik helemaal niet wil verhuizen maakt daarbij niet uit. Regels zijn regels, zeggen ze dan.

Nu ben ik dus het mooie Proefwoonurgentie aan het aanvragen, en heb ik mijn woningnetprofiel up to date gemaakt. Blijkt dus dat er bij de meeste woningen staat dat er met urgentie niet op gereageerd mag worden. Teveel kwetsbaren in de wijk. Stigmatiserend, ik zou bijna zeggen discriminerend. Huizen geschikt voor de normale mens. Voor de goed functionerende mens. Voor de gemiddelde mens.

Het probleem is als volgt: mijn gemiddelde van de niet-gemiddeldheid wijkt af van de norm. Ik moet constant ziek zijn, me ziek gedragen en elke dag om hulp vragen. Doe je dat niet, dan ben je niet ziek genoeg. Niet ziek genoeg om in de enige veilige plek die je het afgelopen decennium gekend hebt te blijven wonen.

We zullen het wel zien. Waar het, en ik, terecht komt. Een huis met een tuin. En een torenkamer. Een echte Jan de Bouvrie. Een normaal huis. Een gemiddeld huis.

Van mij hoeft ’t allemaal niet zo.