Vissenkom.

"Ik had inmiddels in Amsterdam kunnen zijn", zegt hij. Het nachtelijke telefoongesprek had inderdaad 2 uur geduurd. Wat is dat toch, dat mensen met het ondergaan van de zon beter worden in praten? Misschien heeft het te maken met het alcohol percentage, misschien met het mysterieuze gevoel dat het donker brengt. Ken je dat? Dat je het gevoel hebt dat, wanneer het donker wordt, het misschien wel nooit meer licht zal worden. De meeste mensen niet. Ze nemen de dag voor lief. Het licht. En zoveel meer dingen.


Hij vraagt of ik verliefd ben. Ik denk aanvankelijk dat ik te oud ben om verliefd te worden. Ik noem nog even dat wat liefde of verliefdheid is, en dat dat in Engeland woont. Ik zeg dat ik, bij gebrek aan betere bewoordingen, gek op 'm ben, maar vraag me tegelijkertijd af wat dat betekent uit de mond van iemand die meerdere malen klinisch gek verklaard is.


Ik denk aan de tijd, lang geleden, dat we vissen hadden. Goudvissen. Eentje heette Witje, en Witje weigerde pertinent om dood te gaan. Mijn vis (ik weet de naam niet meer) en ook die van mijn broertje, was al meerdere malen vervangen door een opvolger, maar Witje, de bijna doorschijnende vis van mijn oudste broer, had zoveel levenslust in zich dat hij mijn moeder frustreerde met z'n ouderdom. Ook wij werden ouder, en kregen andere prioriteiten dan af en toe van die vies ruikende korrels uit het potje in die kom te gooien. De dode vissen werden niet meer vervangen, de kom werd niet meer altijd op tijd gereinigd. Maar Witje was nog daar, even hardnekkig als teleurgesteld, bezig met zijn vissenleven.


Op een gegeven moment moest er een plexiglas plaatje op kurkjes bovenop de kom worden gelegd. Ook Witje was klaar met zijn lange tocht op aarde en probeerde soms, natuurlijk in de nachtelijke uren, uit z'n kom te springen. Dat plaatje moest zijn suïcide voorkomen. En dat heeft het ook nog lang gedaan.


Toen we van Tilburg naar Assen verhuisde, weigerde mijn moeder Witje mee te nemen. Witje kreeg een onderkomen bij mijn neefjes in Breda, en was binnen 2 dagen dood.


Verandering is dodelijk.


Ik verkeer soms in de veronderstelling dat Witje het wezen op deze wereld is waarmee ik me het meest geïdentificeerd heb. Levenslust is een hardnekkig ding, hoe teleurstellend het leven zelf ook zijn kan. De wereld is klein en bestaat uit schepnetjes en waterplantjes. Anderen komen en gaan. Focus verplaatst. Ik besta. Maar wel binnen de kaders van de vissenkom


"Ik zou oprecht blij voor je zijn, als je iemand ontmoet".


Hij snapt het concept van de vissenkom dus niet. Mijn leven is geen oneindige zee. Mijn leven is die smoezelige kom, met een plexiglas plaatje. Dat laatste betekent niet dat ik suïcidaal ben, maar je kunt maar beter het zekere voor het onzekere nemen. Mijn leven is die vissenkom. Beperkt. Veilig. Gevuld met water dat zich om mij heen vormt, en waardoorheen ik een weg kan banen, tot ik het glas bereik en aan de volgende ronde begin, vaak niet eens beseffend dat ik hier al tigmiljoen keer ben geweest.

Soms, of beter: sommigen, realiseren dat er iets is buiten de kom. Ze staren vanuit het glas de wijde wereld in, zoals naar een televisie. Je kijkt, je verlangt. Je vraagt je af.... wat als? En als je dan eindelijk zover bent, zoals Witje, en je de sprong letterlijk en figuurlijk waagt onder het mom van "er moet meer zijn in dit leven", blijkt dat er buiten je eigen omgeving geen atmosfeer is waarin jij, als wezen, kan bestaan.


Ik ben, vroeger, al een paar keer uit het water gesprongen, en door de ouders van een krijsende kleuter van de vloer gevist en terug in m'n kom gepleurd.


Ik berust hier. Elke andere ambitie heeft een dodelijke afloop.


Als we ophangen, na 2 uur en 7 minuten, val ik meteen in slaap. Ik droom dat we, samen, in de auto naar Amsterdam zitten en dat Nederland getroffen wordt door een tsunami. Het water overvalt ons. Ik droom over een nieuwe wereld waarin alles vloeibaar is. Ik droom over grote oceanen met zeedieren waarvan ik het bestaan niet wist. Ik droom over duizenden vissen. Ik droom dat we zo ontzettend veel richtingen hebben om naartoe te zwemmen. Ik droom over het onbeperkte.


Ik word lichtelijk panisch wakker.